Superchargers en Ionity, hoe werkt dat?

Beide zijn snellaadnetwerken in eigendom van automerken. Ze bevinden zich langs de Europese autosnelwegen, bedoeld om hun rondreizende klanten razendsnel weer van het benodigde rijbereik te voorzien.

Het Supercharger-netwerk kwam eerst en is van Tesla, voor Ionity sloegen Volkswagen, Audi, Porsche, Mercedes, Smart, Ford en BMW de handen in elkaar. Maar ook andere merken, zoals de Hyundai-groep worden onder voorwaarden toegelaten. Beide netwerken zijn compatibel zijn met CCS-stekkers en de daarmee uitgeruste Model 3 van Tesla kan daarom al bij Ionity laden. Het omgekeerde gaat niet op.

Zowel Ionity als de Superchargers zijn hoogperformante stations. De eerste biedt superlaadsnelheden tot 350 kW aan, waarmee zelfs omvangrijke batterijen in zo’n twintig minuten kunnen worden geladen (voor 80%).

Tesla haalt momenteel 250 kW op de Model 3 (de andere modellen: 200 kW). Nog altijd bijzonder hoog en goed voor laadtijden tussen een halfuur tot een uur. Hou er rekening mee dat deze duizelingwekkende snelheden enkel onder optimale omstandigheden mogelijk zijn. En vaak zijn ze eerder uitzondering dan regel, maar de gemiddeldes blijven performant.

Hoe sneller je laadt, hoe hoger de factuur. Zo rekent Ionity 0,79 euro per kWh aan (al kan je dat tot een derde daarvan terugdringen via een abonnementsformule bij een van de deelnemende automerken). Zeker in vergelijking met het Supercharger-netwerk is dat een stevige prijs. Met 0,28 euro per kWh ben je bij Tesla een pak goedkoper af.